ICT en didactiek
Elke school zal een visie moeten ontwikkelen over ICT en waar men gezamenlijk naartoe wil. Die visie heeft op zich weinig te maken met bijvoorbeeld digiborden of ICT-materiaal bij de methode, maar beschrijft de grote lijnen. ICT-thema's als het gebruik van de elo, digitaal toetsen en examineren en het leermiddelen- beleid, spelen hierbij een belangrijke rol. Bij het ontwikkelen van zo'n visie moeten minimaal de volgende vragen worden gesteld:
- Wat is onze onderwijskundige visie en welke ICT-middelen passen bij deze visie?
- Welke bekwaamheden hebben docenten nodig om adequaat te werken met deze ICT-middelen? Hoe gaat de school hen hierbij opleiden en begeleiden?
- Welke ICT-infrastructuur is nodig om de beschreven visie en doelen te kunnen bereiken? (bv: in elk lokaal een digibord betekent ook in elk lokaal een pc)
- Welke financiële middelen zijn beschikbaar? Dit bepaalt wat mogelijk is en in welk tempo iets kan gebeuren.
Het is belangrijk geen uitgebreide visiestukken te schrijven, maar de ambities SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) op papier te zetten. Deze werkwijze levert een duidelijk en leesbaar stuk op, waar de school concreet en snel mee aan de slag kan.
Uiteindelijk gaat het om de volgende concrete en gewenste opbrengsten:
- Effectiviteit: inzet van ICT heeft als doel de leerprestaties en vaardigheden van leerlingen te vergroten.
- Efficiëntie: de inzet van digitale leermaterialen werkt tijd- en kostenbesparend.
- Aantrekkelijk onderwijs: de motivatie van docenten en leerlingen wordt vergroot.
(naar: Handboek Digibord & Didactiek)
